Met interesse heb ik het onderzoek van het Zorginstituut over gebruik van PROM’s in de spreekkamer en de bijbehorende vijf lessen gelezen. Een paar zaken vallen gelijk op:

  • Eén van de belangrijkste pijlers in het laten ontstaan van waarde van PROM’s, het percentage respondenten, wordt niet bij elk instrument benoemd.
  • Ten tweede valt op dat ook in dit rapport niet wordt gesproken over wanneer data, verkregen via een PROM, daadwerkelijk als kennis gezien mogen worden waarmee individuele behandelingen mogen worden bijgestuurd. Immers de waarde van een dataverzameling is afhankelijk van omvang van het aantal en de soort respondenten en de interpretatie van de data.
  • Ten derde lijkt men uit te gaan van een soort stabiele waardevaste PROM terwijl ontwikkelingen in de zorg elkaar best snel op volgen. Hierdoor kan de informatiebehoefte ook snel veranderen. Een ICHOM setje bijstellen zou dan weleens te lang kunnen duren.

Wat is er verder te zeggen over de vijf benoemde lessen in het rapport?

Ad les 1: Het kost tijd om met PROM uitkomsten te kunnen gaan werken omdat het proces van zorgverlening dan aangepast moet worden. Er zou echter ingegrepen kunnen worden in het ondersteuningsproces. Dat dit tijd kost lijkt logisch omdat, naast verzamelen, ook bepaald moet worden of de data uit PROM van voldoende kwaliteit zijn om een rol te mogen spelen. De aanname van de onderzoekers dat het gebruik van PROM onnodig zorggebruik voorkomt en daarmee den benodigde tijd oplevert wordt echter nog niet onderbouwd.

Ad les 2: Extra informatie draagt bij aan het behandelresultaat. Op zich niet nieuw omdat het gebruik van informatie in de spreekkamer van alle tijden is (anamnese, diagnostiek, evaluatie, wetenschap, scholing, ervaring etc). Onderzoekers menen echter ook dat het mogelijk moet zijn om met de PROM data meerdere doelen waaronder transparantie te kunnen dienen. Nu is dat tot nu toe erg lastig gebleken gezien het mislukken van Zichtbare Zorg en de moeizame discussie over indicatoren voor transparantie. Immers informatie over het functioneren van ons zorgstelsel lijkt van een andere categorie dan informatie die nodig is voor het individuele behandelplan van een echte patiënt.

Ad les 3: Er moet balans zijn tussen informatie voor wetenschap, zorgprofessional, patiënt en ICT (?). Het gaat waarschijnlijk echter niet zo zeer om balans maar juist om een wezenlijk onderscheid tussen die doelen die genoemd worden. Wat mij betreft is er een groot verschil tussen het opbouwen van stabiele wetenschappelijk verantwoorde kennis (tijdrovend) en het op dagelijkse basis verantwoord bijsturen van de behandeling op basis van de kennis die voorhanden is uit een enquête. Wellicht is het veel verstandiger om hier dus juist onderscheid in aan te brengen.

Les 4: Data verzamelen, interpreteren en verantwoord gebruik kost tijd, geld en energie en daar moet wel rekening mee worden gehouden wanneer je een PROM een prominente plek wilt geven in alle behandelingen. Nog even los van het feit dat de patiënt er maar zin in moet blijven houden om vragenlijsten in te vullen. Uit de genoemde voorbeelden van de onderzoekers blijkt dat dit nog weleens lastig zou kunnen worden.

Les 5 gaat vooral over hoe je de implementatie zou kunnen vormgeven, namelijk in kleine stapjes, in kleine settings en dergelijke. Echter de grootste vraag is nu juist hoe dit precies moet voor hoog volume, laag complexe zorg met een grote turnover per spreekuur. Dat dit wellicht leidt tot een wezenlijk andere benadering van het zorgproces (meer tijd per patiënt, inzet andere medewerkers ter voorbereiding, verdeling van verantwoordelijkheden) wordt wel benoemd maar men zou wel zorg kunnen hebben over de kostenfactor hiervan.

Of daarmee het door hen aangekondigde ‘Tipping Point’ kan worden  bereikt waardoor routinematig PROM gebruik gaat ontstaan lijkt daarmee op zijn een minst een spannende vraag.